Praktische denkoefening

“De huidige gezondheidscrisis is immers niet ingebed in een crisis – die zijn altijd van voorbijgaande aard – maar in een voortgaande, onomkeerbare ecologische mutatie.” Bruno Latour heeft het gezegd – maar velen zullen het met hem eens zijn. Even verder schrijft hij: “De eerste les van het coronavirus is ook de meest verbazingwekkende: het is in feite bewezen dat het mogelijk is, binnen een paar weken, een economisch systeem op pauze te zetten, overal ter wereld en tegelijkertijd; een systeem waarvan men zei dat het onmogelijk vertraagd of (ge)heroriënteerd kon worden.”

OK, denk ik dan, maar tot welke prijs? Inderdaad, het mondiale kapitalistische systeem is op pauze gezet, en wie draait er voor op? Niet degenen die er voordien al op teerden, die hun vermogen vergaarden door speculatie en de handel in aandelen en obligaties, maar de overgrote meerderheid van de wereldbevolking, die de economie draaiende moest houden om te (over)leven.

Latour besteedt wel aandacht aan die laag van profiteurs, die de “plotselinge pauze van het geglobaliseerde productiesysteem” zien als “een goede gelegenheid om zich te ontdoen van de rest van de verzorgingsstaat, het vangnet voor de armsten, wat er nog over is van regelgeving tegen vervuiling, en, nog cynischer, zich te ontdoen van al die boventalligen die de planeet bevolken.” Deze globalisten weten ook “dat ze verloren hebben, dat hun ontkenning van de ecologische mutatie niet eeuwig door kan gaan, dat er geen enkele mogelijkheid is waarop hun ‘ontwikkeling’ nog verzoend kan worden met de verschillende planetaire begrenzingen waarin de economie op een of andere manier ingepast moet worden. Dit maakt dat zij bereid zullen zijn om alles in het werk te stellen om voor de laatste keer, de omstandigheden te scheppen die hen in staat stellen om het nog iets langer vol te houden en zichzelf en hun kinderen te beschermen.”

Wat stelt Latour daar dan tegenover? Een denkoefening op maat van het nog relatief welvarende deel van de westerse bevolking, en gericht op “het loslaten van productie als het enige principe van onze verhouding tot de wereld. Het is geen kwestie van revolutie, maar van ontbinding, pixel voor pixel. Zoals Pierre Charbonnier laat zien: na honderd jaar socialisme dat zich louter beperkt tot de herverdeling van de opbrengsten van de economie, zal het nu misschien tijd worden om een socialisme uit te vinden dat de productie zelf uitdaagt. Onrechtvaardigheid gaat niet enkel over de herverdeling van de vruchten van de vooruitgang, maar over de manier waarop de planeet zelf vruchtdragend gemaakt kan worden. Dit betekent niet ont-groeien, of het enkel leven van de liefde of schoon water. Het betekent het leren om elk onderdeel van dit zogenaamde onomkeerbare systeem apart te nemen, een vraagteken te zetten bij elk van de vermeende onmisbare verbindingen, en dan steeds gedetailleerder te onderzoeken wat er wenselijk is, en wat er heeft opgehouden wenselijk te zijn.”

Het is een benadering die – terecht – de individuen wijst op hun verantwoordelijkheid, maar, vrees ik, de concrete levensomstandigheden van een overgroot deel van de mensheid nogal negeert. Latour haalt het voorbeeld aan van een Nederlandse bloemenkweker die met tranen in de ogen op de televisie vertelde hoe hij enorme hoeveelheden tulpen had moeten vernietigen omdat hij ze niet meer naar zijn klanten over de hele wereld kon vervoeren. En inderdaad, wat is dit voor flauwekul? Hollandse snijbloemen die naar Zuid-Korea gevlogen worden? En omgekeerd, boontjes uit Kenia, die hier in de supermarkt liggen?

Anderzijds, die bloemenkweker is in een tredmolen terecht gekomen (heeft die waarschijnlijk zelf opgezocht), waarin het op een bepaald ogenblik evident werd om gigantisch te investeren voor de productie van zeer vergankelijke luxeproducten. In Aartselaar kan je op de Bloemenplukweide zelf voor een bescheiden bedrag je bloemen en klein fruit komen plukken/rapen. Zou die tuinder daarvan kunnen leven? De wantoestanden waarop het financiële kapitalisme van vandaag drijft, ga je niet veranderen door in je eentje geen snijbloemen meer te kopen of die boontjes te laten liggen en alleen nog voor seizoensgroenten te gaan in de min of meer korte keten bij de min of meer lokale boer. De rijen voor de Primark in Antwerpen op de eerste winkeldag na de isolatie gaven aan dat mijn individuele inzet er niet zo veel zal toe doen – het is immers niet dat die honderden pubers niet (kunnen) weten dat zij teren op de ellende van naaisters en stiksters in verwegge landen.

De twee moeten dus noodzakelijk samengaan: niet alleen een socialisme dat de productie zelf uitdaagt, maar zeker ook een socialisme dat werkt aan een rechtvaardige herverdeling van de opbrengsten van de economie – en dat is pure harde politiek. Het neemt niet weg dat de denkoefening die Latour voorstelt niet onzinnig is. Aan het eind van zijn tekst roept hij op tot een soort “zelfbeschrijving”, een begin van inventarisatie van “waar we aan gehecht zijn; waar we klaar zijn om ons van te bevrijden; de kettingen die we willen herconstrueren en welke we, door middel van ons eigen gedrag, vastbesloten zijn te onderbreken.”

De volledige tekst, met de vragen die Latour suggereert, vind je op Vrij Links; version originale sur AOC (Analyse Opinion Critique).

Votre commentaire

Entrez vos coordonnées ci-dessous ou cliquez sur une icône pour vous connecter:

Logo WordPress.com

Vous commentez à l’aide de votre compte WordPress.com. Déconnexion /  Changer )

Photo Google

Vous commentez à l’aide de votre compte Google. Déconnexion /  Changer )

Image Twitter

Vous commentez à l’aide de votre compte Twitter. Déconnexion /  Changer )

Photo Facebook

Vous commentez à l’aide de votre compte Facebook. Déconnexion /  Changer )

Connexion à %s