Allez, circulez!

In zijn analyse van de relaties tussen de twee extreemrechtse partijen Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) en Vlaams Belang (VB) stelt Loonis Logghe in Lava 11 (‘De pikzwarte tweekoppige leeuw’): “Het grootste verschil tussen N-VA en Vlaams Belang ligt in de mogelijkheden die ze open laten voor wie tot ‘de natie’ kan behoren. N-VA noemt zichzelf ‘civiele nationalisten’, die toelaten dat mensen van over de hele wereld deel kunnen uitmaken van de gemeenschap, zo lang ze zich volledig assimileren met de identiteit van het ‘oorspronkelijke volk’. Het Vlaams Belang laat die mogelijkheid niet toe: voor hen bepalen achtergrond en ras de cultuur, wat niet te omzeilen valt.”

Nu blijkt dat onderscheid misschien wel uit teksten van beide partijen, maar beleidsmatig streeft ook de N-VA er naar integratie, laat staan assimilatie, van nieuwkomers zoveel mogelijk te belemmeren. Na uitgebreid en langdurig overleg tussen de beide nationaal-populistische partijen legde immers de N-VA in oktober 2019 aan haar coalitiepartners een regeerakkoord voor dat stipuleert: “Nieuwkomers die succesvol inburgeren, krijgen alle kansen in onze samenleving.” En vervolgens worden maatregelen aangekondigd om ‘succesvol inburgeren’ zo veel mogelijk te verhinderen. Zo vermeldt hetzelfde regeerakkoord onder meer: “We stappen af van het gratis inburgeringsbeleid. Inburgeraars zullen een financiële vergoeding moeten betalen van twee keer 90 euro wanneer ze een inburgeringscontract tekenen. (…) Bij het afleggen van de toetsen NT2 en maatschappelijke oriëntatie betalen ze voor elk van deze twee toetsen 90 euro. (…) Indien de inburgeraar niet slaagt, dient men opnieuw te betalen voor een nieuwe test. Onkosten die de inburgeraar maakt in het kader van zijn inburgeringstraject (bv. vervoersonkosten) kunnen niet langer worden terugbetaald door de Agentschappen.” En dat gaat dan nog alleen om verplichte cursussen en opleidingen; ook fundamentele zaken als wonen, werk en financiële ondersteuning in nood worden steeds minder bereikbaar gemaakt voor nieuwkomers. In die zin is er steeds meer sprake van één blok N-VA/VB.

Waarin de napo’s van N-VA/VB ook vrij eenstemmig zijn, is hun afkeer van Europa, althans van de Europese Unie en de Europese instellingen. Dat is niet onlogisch. De formele grondslag van de Europese Unie ligt in het bevorderen van het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal (in die volgorde, en althans voor zover die personen enzovoort zich toch al binnen de grenzen van de Unie bevinden). Circuleren, daar gaat het bij de EU om, niet om integreren. Integratie is in wezen een nationalistische doelstelling: wie op een bepaald ogenblik ophoudt te circuleren, moet zich integreren in de natie. Alleen, als je geen ‘integratie’ van vreemd gespuis in je zuivere ‘natie’ wil, moet je dus ook dat circuleren tegengaan. Europa, allemaal goed & wel, maar dan wel als een vrije samenwerking van blanke organische naties, die zelf hun grenzen beschermen. Niet voor niets beschreef in DS weekblad een vriend de ideoloog van N-VA, Joachim Pohlmann, in deze woorden: “Joachim is een van de weinige mensen in Vlaanderen met wie je kan doordiscussiëren over de Duitse idealisten. Denkers die de waarden van de klassieke oudheid verbinden met die van de verlichting, de romantiek en het christendom. Het zijn échte Europeanen.” Tot daar de omschrijving van echte Europeanen.

Maar wat moet je dan met personen die uitgecirculeerd zijn? Is het ‘succesvol inburgeren’ van N-VA hetzelfde als ‘integratie’? De partij stuurt een Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering aan, dus blijkbaar gaat het om twee verschillende zaken. Ik weet het, tien jaar geleden nog bestond inburgering uit het leren van de taal, van de ‘normen en waarden’ van de Vlaamse samenleving (voortaan de Vlaamse Canon), en van wat praktische zaken zoals het gebruik van de 10-rittenkaart van De Lijn. Integratie was dan weer een wederzijds proces waarin nieuwkomers en autochtonen leerden samenleven met elkaar. Integratie betekende letterlijk opgenomen worden in de ontvangende  gemeenschap.

Sinds de erkenning van het begrip superdiversiteit zijn die simpele vormen van integratie en inburgering een stuk complexer geworden. De decennia lange circulatie naar en binnen Europa heeft overal neerslagen en sporen nagelaten, die maken dat er niet meer zo maar één gemeenschap is waarin je kan inburgeren en integreren. Zelfs de officiële ‘ontvangende’ gemeenschap heeft al lang niet meer één eenduidig kader van normen, waarden en cultuur. Het erkennen van superdiversiteit komt er eigenlijk op neer dat je per context kan uitmaken welke integratie je wil. Traditioneel maak je om te beginnen een simpel onderscheid tussen liberale integratie of burgerschap (het recht om rechten te hebben) en republikeinse integratie of burgerschap (politieke deelname). Wil je gewoon het recht hebben om aanspraak te maken op een tegemoetkoming, of wil je zelf mee kunnen bepalen wie dat recht kan hebben, wanneer en hoe?

Uit alles blijkt dat de napo’s het moeilijk hebben met zowel de liberale als de republikeinse vorm van burgerschap of integratie (de enkele vrouwelijke N-VA-boegbeelden met Marokkaanse of Koerdische achtergrond doen daar niet aan af). Van oudsher was nationaliteit (het behoren tot de formele natie) het criterium en het bewijs van volwaardige integratie en burgerschap, tegelijk liberaal en republikeins.  De napo’s zagen het gevaar: als al wie circuleert na verloop van tijd en onder bepaalde omstandigheden de nationaliteit kan verwerven, dan zijn wij nog even ver van huis. Naturalisering (de toekenning van de Belgische nationaliteit) is moeilijker geworden, daarover kon men al een tijd geleden een brede nationale consensus creëren – al goed dat er (voorlopig) niet ook een Vlaamse nationaliteit is. Wat er nu, ironisch genoeg, voor de N-VA/VB overblijft om te voorkomen dat de volksgemeenschap blijvend geïnfiltreerd wordt door nieuwkomers, is een perverse interpretatie van het motto van de Europese Unie: Allez, circulez!