De verdwenen dorpen van Palestina — Salon van Sisyphus

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van […]

via DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA — Salon van Sisyphus

Carceri d’invenzione as metaphor

In May 2016 I suddenly received a request for a contribution to a book inspired by the No Prison manifesto. This manifesto had been written a few years earlier by Massimo Pavarini, professor in criminal law, and Italian journalist Livio Ferrari. You can find the text in several other languages on the website www.noprison.eu.

Contributors to the volume included among others Johannes Feest, Hedda Giertsen, Thomas Mathiesen, Vincenzo Ruggiero and Sebastian Scheerer, so I was quite flattered. I wrote an article inspired by the eighteenth century etchings by Giovanni Battista Piranesi, Carceri d’invenzione. Publication of the book was expected at the end of 2017.

Later I got an email from editor Johannes Feest, stating that “we all think that your paper is great and should be published asap. At the same time, we feel that it does not really fit in our context, which is strictly abolitionist.”

Based on the English text, I also wrote a Dutch version. That was published in May 2017 by the Belgian monthly magazine Streven – cultureel maatschappelijk maandblad as ‘Carceri d’invenzione, een actuele metafoor’, included here with kind permission of the publisher.

Between 1745 and 1761 Giovanni Battista Piranesi made a series of etchings depicting imaginary prisons. He called them Carceri d’invenzione. Very soon these drawings gave rise to multiple metaphorical, historically or psychologically tinted interpretations. At the end of the twentieth century they inspired British composer Brian Ferneyhough to the writing of a music cycle with the same title. Then again, you can read his interpretation of Piranesi’s work as a metaphor for the complexity of the actual prison system and as an incentive to listen to all the sounds, human and non-human, that still come together in jail.

As far as I know, the ‘No Prison Volume’ has never been published. So here is my article, Carceri d’invenzione as metaphor’, slightly reviewed January 2019.

ferneyhough_-_unity_capsule

 

Brussels en route

Exceptionnellement, et gratis, une publicité

(English version on http://durieux.eu/blog/brussels-en-route)

Bruxelles – et donc pas Renaix – est la seule ville vraiment cosmopolite en Belgique. On peut en faire l’expérience de plusieurs façons. Une d’entre elles serait de parcourir la ville par transports en commun – et ceci pendant une assez longue période. Voilà précisément ce qu’a fait le photographe Bram Penninckx. Pendant un an et demi, il a effectué tous les trajets de bus, tram et métro possibles, de terminus en terminus. Ces trajets lui ont fourni le matériel pour les images et les histoires de Brussels en route.

Comme celle-ci :

Dis papa, pourquoi les poubelles sont cassées? Demande une gamine de quatre ans à son papa étonné de sa question.

—           Parce que le monsieur qui nettoie la station de métro a perdu la clef, répond le papa après une brève hésitation.

—           C’est pour ça qu’ils ont mis une autre à côté de la cassée ?

—           Oui, ma puce.

—           Mais papa, pourquoi…

Le bruit tonitruant du métro entrant en gare couvre sa voix frêle. Main dans la main, père et fille montent à bord du wagon.

Bruxelles est une métropole et en même temps un hameau dans le marais. Dans Brussels en route  il ne faut pas s’attendre à des déclarations sans ambiguïté ou à une définition globale de cette collection urbaine de 19 municipalités. Plutôt à une sorte de recherche photographique sur la question : « Qu’est-ce que ces scènes de la quotidienneté des transports publics nous apprennent-elles sur cette ville et notre société? »

Brussels en route de Bram Penninckx est une expo, un livre photo et aussi le beau et ingénieux site web trilingue Brussels en route.

Ici quelques photos, en format réduit pour ce site :

rit_bus_nacht

3_03_B_Bus

2_03_B_Tram

1_03_B_Tram

 

Sabotage

Version française sur http://durieux.eu/blog/sabotage

De staking op de luchthaven van Brussel is afgelopen. Midden in de Belgische herfstvakantie hebben de arbeiders die bij Aviapartner de bagage behandelen gedurende vijf dagen het werk neergelegd. Dat de massamedia de nadruk zouden leggen op het ongemak voor de reizigers en op de ‘schade voor het imago van de luchthaven en ons land’ was te verwachten. Maar in één krant vond ik ook een fascinerend zinnetje: “Twee (anonieme) ex-werknemers op Brussels Airport spreken over een ‘gebrek aan arbeidsethos’ bij de bagageafhandelaars. Dat de directie maandag nog een deurwaarder stuurde omdat er (vermeende) sabotage zou plaatsvinden, illustreert die overtuiging.” Veel voorbehoud in de formulering, maar toch een verband tussen sabotage en gebrek aan arbeidsethos.

Over welk soort arbeidsethos het hier gaat, laat ik even in het midden; waar het mij om gaat is de sabotage. Sabotage – ook als het niet zo heette – is natuurlijk al een oeroud strijdmiddel. Volgens de legende zou het woord komen van de klompen (sabots) die wevers in het begin van de negentiende eeuw in de weefmachines wierpen om de op gang komende industriële productie van stoffen, welja, te saboteren. In oktober 1916 verscheen bij Industrial Workers of the World (IWW) in Cleveland een brochure die het gebruik van sabotage in de sociale strijd onderbouwde. De jonge militante Elizabeth Gurley Flynn gaf haar tekst een titel die meteen de essentie verklaarde: ‘Sabotage – The Conscious Withdrawal of the Workers’ Industrial Efficiency’ – het bewuste ondermijnen dus van het industriële rendement van de arbeider. Later voegde de IWW een disclaimer toe bij de publicatie: “The following document is presented for historical purposes and in the interest of the freedom of speech. The IWW takes no official position on sabotage (i.e. the IWW neither condones nor condemns such actions). Workers who engage in some of the following forms of sabotage risk legal sanctions.” (Zie ook http://durieux.eu/blog/black-cat)

De aanleiding voor Flynns interventie lag juist in een staking van textielarbeiders in New Jersey. Een van de stakingsleiders had opgeroepen tot sabotage, en was daarvoor veroordeeld. Flynn zal aantonen dat sabotage een volkomen verantwoord strijdmiddel is voor de arbeiders in de industrie – en dat het overigens niet alleen een strijdmiddel is voor de arbeiders, maar dat de patroons en eigenaren evengoed gebruik maken van sabotage als het hen uitkomt.

Het uitgangspunt is dat als de arbeiders wat willen bereiken, zij niet moeten rekenen op gerechtigheid of sympathie vanwege de patroons; macht is de cruciale factor. (Geïnspireerd door Jan Blommaert wil ik het niet hebben over werkgevers en werknemers. ‘Werkgevers’ geven geen werk; zij nemen het werk van de arbeiders tegen een zo klein mogelijke vergoeding. ‘Werknemers’ nemen ook geen werk; zij presteren het werk dat de eigenaar of de patroon afneemt en verder verkoopt.) Sabotage is in dat verband gewoon een van de middelen in de strijd om de macht tussen arbeid en kapitaal. “Sabotage is to this class struggle what the guerrilla warfare is to the battle. The strike is the open battle of the class struggle, sabotage is the guerrilla warfare, the day-by-day warfare between two opposing classes.”

Flynns benadering van sabotage is duidelijk: het gaat niet om fysiek geweld, maar puur om een industrieel proces gericht op aantasting van de winst van de eigenaar. Dat kan door de kwantiteit van de productie te beïnvloeden, of de kwaliteit, of de dienstverlening aan het publiek. In die zin is sabotage dan ook geen eenrichtingsverkeer. Eigenaren en patroons ondermijnen net zo goed de optimale kwaliteit van de producten, manipuleren de kwantiteit en verminderen de service naar het publiek, juist om de winst te vergroten. Aviapartner is daar een mooi voorbeeld van. Een van de eigenaren is het Britse venture capital fund HIG. Zulke ‘durfkapitaalfondsen’ worden door de aandeelhouders aangetrokken om op korte termijn de werkingskosten te drukken (personeel ontslaan, afdelingen sluiten, machines niet meer onderhouden of weghalen) en wat overblijft van het bedrijf met veel winst te verkopen. Het is dan ook geen toeval dat een van de belangrijke klachten van het Aviapartnerpersoneel juist ging over het verouderde en versleten materiaal waarmee zij moeten werken.

Elizabeth Gurley Flynn geeft in haar brochure talrijke historische voorbeelden van sabotageacties en van de resultaten die zij opleverden voor de betrokken arbeiders. Sommige van die acties komen nu behoorlijk naïef over, en sommige zijn werkelijk hilarisch (bijvoorbeeld acties van het horecapersoneel in New York, dat enerzijds een boekje opendeed over de hygiënische en arbeidsomstandigheden in de hotelkeukens, en anderzijds knoeide met peper en zout in de maaltijden. And I found that that was one of the most effective ways of reaching the public, because the « dear public » are never reached through sympathy.) Flynn gebruikt het voorbeeld van de horeca ook om aan te geven hoe de belangen van de arbeiders en het publiek kunnen samenvallen. Slechte, vieze, ontoereikende, gevaarlijke goederen onbruikbaar maken, is vaak gewoon in het voordeel van hen die die goederen anders niets-wetend zouden gebruiken. Het is een redenering die ook geldt voor recente acties in de openbare diensten. Ja, acties in het openbaar vervoer kunnen hinderlijk zijn voor de reizigers, maar je wil toch veilig vervoerd worden, in degelijk en schoon materiaal, door mensen die alert en niet overwerkt zijn?

Dat brengt Flynn tot een van de trefzekerste en puur legale vormen van sabotage, following the book of rules, oftewel de stiptheidsstaking. Eerder schreef ik al in een pleidooi voor verstandig gedogen: “Het heeft weinig zin het handhaven van (rechts)regels te beschouwen als een doel op zich. Geen enkele overheid, zelfs niet de meest totalitaire, slaagt er in totale handhaving (of zero tolerance) te organiseren. Vanuit pragmatisch oogpunt is dat trouwens ook niet wenselijk. Politicoloog Herman van Gunsteren illustreert dat met een voorbeeld uit het bedrijfsleven: “Strikte handhaving heeft rigiditeit tot gevolg. Werknemers zullen zich gaan indekken en niets meer doen, uit vrees voor represailles. Dat werkt kadaverdiscipline in de hand. Wie zweert bij complete handhaving, pleit voor een doorlopende stiptheidsactie. Dat breekt een organisatie.” Inderdaad, niet voor niks is sinds jaar en dag één van de actiemiddelen van de arbeidersbeweging de stiptheidsactie: het werk wel uitvoeren, maar met strikte inachtneming van de regels.” Die regels zijn vaak met de beste bedoelingen opgesteld, en dus stelt zich iedere keer opnieuw het dilemma tussen de letter volgen of de geest, maar Where men fail in the open battle they go back and with this system they win.

Aan het eind heeft Flynn het ook nog even over de morele aspecten van sabotage. Tegen diegenen die zeggen dat het immoreel is om ‘je eigen product’ te vernietigen of dat sabotage laf is en slinks, zegt zij: hoezo eigen product? Hoogstens gaat het om goederen of diensten die in loonslavernij zijn geproduceerd voor het genot van anderen, die ze wel kunnen betalen. En slinks of laf? Het zou veel makkelijker en veiliger zijn om het niet te doen. Sabotage is geen individuele zaak; het gaat om het belang van velen. Sabotage vereist moed en karakter; de ‘werkman’ creëert erdoor zelfrespect en zelfvertrouwen in zijn rol als producent.