geen moordtahin

“Als bedrijven die zaken doen met Israël zich geschaad voelen door een boycot, moeten zij maar bij hun regering aandringen om de onderdrukking van Palestina te stoppen, in plaats van aan coöperanten te vragen dat die hun respect voor mensenrechten opgeven. Don’t call us, call the Knesset.

Op 26 mei besloot de Park Slope Food Coop in Brooklyn, New York, met een tweederdemeerderheid voortaan geen Israëlische producten meer aan te bieden – en dit totdat Israël zich houdt aan het internationale recht, inclusief het beëindigen van onrechtmatige discriminatie in de behandeling van Palestijnen. Park Slope Food Coop (PSFC) is het model dat wereldwijd talloze coöperatieve kruidenierszaken heeft geïnspireerd. Een daarvan is Coop Centraal in Berchem, Antwerpen (motto: samen maken we goed voedsel toegankelijk voor iedereen). Die vertoont nog regelmatig aan nieuwe coöperanten de film Food Coop (ook bekend als Εθελοντισμός στο Μεγάλο Μήλο) over het ontstaan en de werking van PSFC.

Park Slope Food Coop is inderdaad niet de minste in het wereldje van de voedingscoöperatieven. De zaak werd opgericht in 1973 met minder dan twintig leden. Nu zijn er zo’n 17.000, niet alleen uit Brooklyn, maar ook uit andere wijken van New York City, en zelfs uit aangrenzende staten als New Jersey en Connecticut (zoals trouwens Coop Centraal ook coöperanten heeft in afgelegen dorpen als Ekeren, Kapellen of Hemiksem). Al die leden verrichten per zes weken op een of andere manier ongeveer drie uur winkelwerk. De buurt Park Slope is in die afgelopen vijftig jaar behoorlijk gegentrificeerd, en PSFC haalt nogal eens de media, mede door wat spraakmakende figuren die coöperant zijn – en dus ook door de (discussies over) de Israëlboycot.

Die boycot is niet de eerste in de geschiedenis van de Coop. Van bij de start in 1973 deed PSFC mee aan het wereldwijde embargo op Zuid-Afrikaanse producten in de hoop zo bij te dragen aan het einde van het apartheidssysteem. In dat zelfde jaar kwam er ook een boycot van Chileense producten, vanwege de door de VS gesteunde staatsgreep en dictatuur van Pinochet en later weigerde de Coop onder meer spul van Coca Cola te verkopen, of druiven van bedrijven waar de landarbeiders in staking waren. De ethische bezorgdheid rond wat je te koop aanbiedt, was er dus altijd wel.

Maar dan nu, een boycot van Israëlische producten, dat is blijkbaar van een ander kaliber. De eerste pogingen dateren van 2009, na eerdere Israëlische massamoorden in Gaza. Tot een boycot moet worden besloten door een Algemene Vergadering (general meeting), en ondanks verschillende pogingen lukte het vanwege allerlei procedurele belemmeringen niet om zo’n algemene vergadering bij elkaar te roepen die daarover zou kunnen beslissen. Sterker nog, in 2012 slaagde een deel van de coöperanten, samen met enkele bestuursleden, erin het quotum voor een boycot naar 75% van de uitgebrachte stemmen te brengen.

2026, de tijden zijn veranderd. De genocide in Palestina verloopt nu openlijk en voor iedereen zichtbaar, en meer en meer joodse stemmen – superbelangrijk in Brooklyn en NYC in het algemeen – verzetten zich tegen de massamoorden en de uitroeiing van de Palestijnen. Zodat dit voorjaar dus 6.672 stemmen (online) werden uitgebracht in een speciale general meeting. Eerst werd de vereiste meerderheid voor een boycot teruggebracht van 75% naar 50% plus één; vervolgens stemde 67% van de deelnemers voor de boycot van Israëlische producten. Zoals alle boycotbeslissingen van Park Slope Food Coop moet ook deze elk jaar hernieuwd worden.

Tegenstanders hebben al aangekondigd dat zij een beroep zullen doen op alle wettelijke middelen om de beslissing ongeldig te doen verklaren. Hun argument is uiteindelijk weer het klassieke antisemitismeverhaal. Een aantal statelijke en stedelijke reglementen verbiedt discriminatie op basis van nationale afkomst of religie. En dus probeert men weer kritiek op het beleid van de staat Israël gelijk te stellen aan discriminatie van Israëlische of joodse burgers. Je zou denken dat niemand daar nog intuimelt, maar blijkbaar is het nog steeds een aantrekkelijk verhaal voor wie het zionistisch project en de liquidatie van Palestina ondersteunt.

De vraag die zich stelt natuurlijk is: allemaal goed & wel, die boycot, maar waar gaat het eigenlijk over en waar is het goed voor? Zelfs bij PSFC was het aanbod van Israëlische producten minimaal (Sodastream, wat tahin, misschien wat avocado’s en dadels), laat staan bij Coop Centraal (in ieder geval was er ooit Sodastream). Maar het directe economische effect is niet noodzakelijk meteen het belangrijkste. Rebekkah Levin van Jewish Voice for Peace wees er op dat zo’n boycot op de eerste plaats een krachtige boodschap is: burgers gebruiken hun economische gedrag (economic agency) om hun waarden te tonen en te verdedigen. Door het geweldloze delegitimeren van het Israëlische kolonisatieproject en het apartheidssysteem kan je proberen bij te dragen aan het politieke isolement van Israël.

Ja, dat zal wat uitmaken; dat ik geen moordtahin meer koop zal de zionistische genocidemachine nogal aan het wankelen brengen.

Neen, helaas niet. Maar door het niet aanbieden of kopen van producten kan je als coöperatieve kruidenier of als coöperant wel een morele grens trekken, aangeven wat voor jou maatschappelijk aanvaardbaar is. En het is niet zo dat de Israëlische organisaties zich geen zorgen maken over een beweging als Boycott, Divestment, Sanctions. Tien jaar geleden kon ik al vaststellen, naar aanleiding van een hetze tegen Dyab Abou Jahjah, dat de wereldwijde oproep tot boycot, desinvestering en sancties wel degelijk wat pijn doet. Wie daar vandaag nog aan twijfelt kan terecht op https://bdsmovement.net/our-impact.

(Overigens, Dyab Abou Jahjah is vandaag de drijvende kracht achter de The Hind Rajab Foundation – ook de moeite waard om te volgen en te ondersteunen).


Discover more from rivieren & meren - rivières & lacs - rivers & lakes

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a Reply