Meta meta meta meta meta

“… the importance of the communicative context in the negotiation of the conditions through which truth is constructed, …”

A quotation from a fascinating study by Marco Jacquemet, Credibility in court – Communicative practices in the Camorra trials (1996). It’s in a paragraph on ‘Metapragmatics in court’ that the author formulates this sentence on truth.

‘The truth, the whole truth, and nothing but the truth’? That’s the basis of legal oats in about all western judicial systems.

Jacquemet’s study shows how truth is constructed, through conditions, that are being negotiated, in a specific communicative context, which has his own importance.

I like that.

Pacificatie

Lange tijd heb ik gedacht dat de Engelse term pacification in zwang kwam rond 1970, als een nog cynischer variant van ‘vredesproces’ – zoals in: het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Het was de periode toen duidelijk werd dat de Verenigde Staten de oorlog in Vietnam militair niet zouden winnen. Pacificatie werd het nieuwe doel, niet alleen maar de bevolking platbranden en -bombarderen, maar er ook hospitalen voor inrichten en gezondheidsvoorlichting verzorgen, hearts and minds winnen. In de ogen van de strategen van de RAND Corporation ging het om het creëren van een sociaal-politieke omgeving waarin “future insurgency would not flourish again”.

Later bleek dat het VSAmerikaanse concept nogal schatplichtig was aan de Franse koloniale ervaringen in Afrika in de 19de eeuw. In 1899 publiceerde een zekere generaal Galliéni, toen gouverneur van Madagascar, een handleiding met de titel Rapport d’ensemble sur la pacification, l’organisation et la colonisation de Madagascar. De beste manier om de nieuwe kolonie te pacificeren, zegt Galliéni, is de combinatie van geweld (force) en politiek, wat neerkomt op vernietiging en heropbouw (destruction en reconstruction).

L’emploi des colonnes a été trop souvent synonyme de destruction systématique des villages et des ressources de l’ennemi, parce qu’on assimile la guerre coloniale à la guerre d’Europe, dans laquelle le but à atteindre réside dans la ruine des forces principales de l’adversaire. – Aux colonies, il faut « ménager le pays et ses habitants, puisque celui-là est destiné à recevoir nos entreprises de colonisation future et que ceux-ci seront nos principaux agents et collaborateurs pour mener à bien ces entreprises. Chaque fois que les incidents de guerre obligent l’un de nos officiers coloniaux à agir contre un village ou un centre habité, il ne doit pas perdre de vue que son premier soin, la soumission des habitants obtenue, sera de reconstruire le village, d’y créer immédiatement un marché et d’y établir une école. Il doit donc éviter avec le plus grand soin toute destruction inutile … ». De tekst tussen aanhalingstekens bevat de instructies die hij aan zijn legeraanvoerders heeft gegeven.

Volgens Galliéni houdt pacification dus zeker niet de systematische verwoesting van dorpen in; dat is immers een benadering uit de Europese oorlogen, waar het er wel om gaat de belangrijkste krachten van de tegenstander te vernietigen. Maar wat lees ik nu in Hannah Arendts The Origins of Totalitarianism over de introductie van het concept ‘ras’ in de negentiende-eeuwse koloniale politiek (dat is ook de aanleiding voor dit stukje):

This (…) resulted in the most terrible massacres in recent history, the Boers’ extermination of Hottentot tribes, the wild murdering by Carl Peters in German Southeast Africa, the decimation of the peaceful Congo population – from 20 to 40 million reduced to 8 million people; and finally, perhaps worst of all, it resulted in the triumphant introduction of such means of pacification into ordinary, respectable foreign policies.

Is Arendt hier sarcastisch, of beschouwt ze de genocides en massamoorden die zij vermeldt – en afkeurt – als betreurenswaardige, maar, nou ja, bestaande methoden van pacificatie? Tja, het is ook een manier om vrede te bereiken: roei de tegenstand gewoon uit. Als je het zo bekijkt, zijn de massamoorden die het regime van Bashar al-Assad en het Russische leger in Syrië uitvoeren ook een vorm van vrede brengen.

Gedichtentrein – Hamletmachine

Plots ontvang ik in mijn postvak twee berichten met als onderwerp Gedichtentrein. Zowel Luk als Leen stelt mij voor om mee te doen aan een soort kettingbrief of pyramide “om de stille kracht van gedichten mee te verspreiden – kies een gedicht, tekst of bezinning waar je een goede herinnering aan hebt of wanneer het wat moeilijk ging”.

Ik dacht meteen aan een van de eerste verzen van Hans Faverey, uit 1968, en dat is ook wat ik verzonden heb.

Stilstand

 in aanbouw, afbraak

in aanbouw. ‘Leegte,

 zo statig op haar stengel’;

land in zicht, geblinddoekt.

 

Ik kan er blijven naar kijken, ik hou nog steeds van Faverey zijn vroege werk.

Achteraf las ik de e-mails nog eens over, en toen drong de vermelding “tekst of bezinning” pas goed tot me door. Nu, als er een tekst of bezinning is die ik op gelijk welk moment kan oproepen, omdat die voor mij symbool staat voor een hele geschiedenis van denken en leven, is het deze:

Een spook waart door Europa – het spook van het communisme. Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden, de paus en de tsaar, …

De eerste alinea van het Manifest der Communistische Partij, eerste editie 1848.

Voor mij is dat een opening van hetzelfde kaliber als

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren. En God zeide: Er zij licht; en er was licht. …

Genesis, 1: 1-3

Of nog veel beter:

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.

Johannes, 1: 1-3

God buiten beschouwing gelaten, is dit ook zowat mijn motto geworden: dingen bestaan pas door ze te benoemen.

Maar eigenlijk is de tekst die misschien wel het allermeest indruk ooit op mij heeft gemaakt, deze, die begint met:

Ik was Hamlet. Ik stond aan de kust en praatte met de branding BLABLA, in de rug de ruïnes van Europa. …

Even later volgt het fragment

HET EUROPA VAN DE VROUW

 Ik ben Ophelia. Die de stroom niet heeft gehouden. De vrouw aan de strop. De vrouw met de opengesneden polsaders. De vrouw met de overdosis OP DE LIPPEN SNEEUW De vrouw met het hoofd in het gasfornuis. Gisteren heb ik opgehouden me te doden. Ik ben alleen met mijn borsten mijn dijen mijn schoot. …

Enzovoort. Het is de vertaling door Sigrid Vinks & Jan Decorte van Die Hamletmaschine van Heiner Müller. Eigenlijk, vind ik, moet je de tekst in het Duits lezen of horen.

Ich war Hamlet. Ich stand an der Küste und redete mit der Brandung BLABLA, im Rücken die Ruinen von Europa.

 (…)

 Ich bin Ophelia. Die der Fluß nicht behalten hat. Die Frau am Strick Die Frau mit den aufgeschnittenen Pulsadern Die Frau mit der Überdosis AUF DEN LIPPEN SCHNEE Die Frau mit dem Kopf im Gasherd. Gestern habe ich aufgehört mich zu töten. Ich bin allein mit meinen Brüsten meinen Schenkeln meinem Schoß. Ich zertrümmre die Werkzeuge meiner Gefangenschaft den Stuhl den Tisch das Bett. Ich zerstöre das Schlachtfeld das mein Heim war. Ich reiße die Türen auf, damit der Wind herein kann und der Schrei der Welt. Ich zerschlage das Fenster. Mit meinen blutenden Händen zerreiße ich die Fotografien der Männer die ich geliebt habe und die mich gebraucht haben auf dem Bett auf dem Tisch auf dem Stuhl auf dem Boden. Ich lege Feuer an mein Gefängnis. Ich werfe meine Kleider in das Feuer. Ich grabe die Uhr aus meiner Brust die mein Herz war. Ich gehe auf die Straße, gekleidet in mein Blut.

 

In mijn lange leven heb ik wat voorstellingen gezien van de Hamletmachine. Ik was bijzonder enthousiast over die van Het Trojaanse Paard (Decorte & Vinks) in de Beursschouwburg 1981; de versie op het Holland Festival 1983 vond ik dan weer “pijnlijk in haar achterhaald avant-gardisme uit de jaren zeventig, dat niets toevoegde aan tekst noch teater”. Heiner Müller, die gestorven is in 1995, wordt vandaag amper nog gespeeld. Misschien heeft dat te maken met de achtergrond van zijn werk. Müller is steeds in de Duitse Democratische Republiek blijven werken en wonen – dat wil zeggen, zolang die nog bestond en niet opgeslorpt was door het huidige Duitsland – en veel van zijn werk was een zeer kritische benadering van het ‘reëel bestaand socialisme’. Nou ja, dat reëel bestaand socialisme bestaat niet meer, dus je zou kunnen zeggen dat Müllers werk ook achterhaald is.

Maar nu toevallig heeft Le monde diplomatique van maart 2020 het nog over hem in een kort boeksignalement. De auteur verwijst naar Müllers opvatting dat er veel oplossingen zijn, maar te weinig problemen, en dat het belangrijk is problemen uit te vinden of te zoeken en ze belangrijk te maken – de oplossingen vind je dan vanzelf wel, die vind je in alle vuilnisbakken. Doctrine moet je zo diep mogelijk begraven, zodat de honden ze niet kunnen vinden – en dat tot wanneer je ze weer kan opgraven en confronteren met een nieuwe werkelijkheid.

Zou het nu eens geen tijd worden om ze weer op te graven, vraagt Le monde diplomatique zich af.

On/over/sur rivers & lakes – rivieren & meren – rivières & lacs (2020)

Rivers & lakes is about thinking a better life. A life, good to yourself and to others, without causing damage – to humans, animals, plants, nature, air and earth, rivers and lakes. A life, aimed at autonomy for all, at everyone’s opportunity to be their own reason, at pursuing what you want to be or what you think is important.

Aiming at autonomy includes resisting the unwanted control by others. Today people are submitted to a wide variety of control mechanisms of which the state is only one. In the affluent Western world the main technology of control consists of the permanent indoctrination by the ideology of liberal freedom, the freedom to compete for the best positions on the market of profit and loss.  Control is not concentrated in one centre of power; it is scattered and pluriform.

Opposite to that stands the idea of libertarian freedom: the freedom to be. Resistance is therefore rather molecular than monolithic, rather intricate and diffuse than massively frontal. Against the exploitation and repression by which a minority affirms itself at the cost of a submitted majority, communist-libertarian ethics require the struggle for power – not necessarily or in the first place to weaken the strong (although that might well be unavoidable), but rather to strengthen the weak.

The way you consider the world is heavily influenced by the material context in which you find yourself. But thinking about a better life also requires better ways of watching, thinking and talking. The acknowledgement of the complexity of everyday life – phenomena seen as events or situations, in which the observer is an essential part of the process – is a precondition to truly thinking and talking about a better life. The language and the metaphors by which you describe the world suggest the problems you will be able to define and the solutions you might want to construct. Language is not neutral. The battle for autonomy takes place as well on the field of material life as on the one of representation.

When you want to reflect on a better life, complexity, language, autonomy, control and resistance are closely intertwined. This is the main theme of rivers & lakes.

Rivieren & meren gaat over het denken van een beter leven. Een leven dat goed is voor jezelf en voor anderen, zonder schade te berokkenen – aan mens, dier, plant, natuur, lucht en aarde, rivieren en meren. Een leven, gericht op autonomie voor iedereen, op ieders kans om het eigen doel te zijn, om na te streven wat je zelf wil zijn of belangrijk vindt.

Streven naar autonomie betekent ook zich verzetten tegen de ongewenste controle door anderen. Mensen worden vandaag onderworpen aan een grote diversiteit van controlemechanismen, waarvan de staat er maar één is. De belangrijkste controletechnologie in het rijke Westen is de permanente  indoctrinatie met een ideologie van liberale vrijheid, de vrijheid om te concurreren voor de beste plaatsen op de markt van winst en verlies. Controle is niet gelokaliseerd in één machtscentrum, maar verspreid en veelvormig.

Daar tegenover staat de idee van libertaire vrijheid: de vrijheid om te zijn. Weerstand en verzet zijn dan ook eerder moleculair dan monolithisch, eerder fijnmazig en diffuus dan massaal frontaal. Tegenover de uitbuiting en onderdrukking waardoor een minderheid zich kan realiseren ten koste van een onderworpen meerderheid, plaatst een libertair-communistische ethiek de strijd om de macht – niet noodzakelijk of in de eerste plaats om de sterken te verzwakken (al is dat vaak onvermijdelijk), maar eerder om de zwakken te versterken.

De manier waarop je de wereld ziet, wordt in belangrijke mate bepaald door de materiële context waarin je je bevindt. Maar denken over een beter leven vereist ook een betere manier van kijken, denken en praten. Het erkennen van de complexiteit van de alledaagse sociale werkelijkheid – verschijnselen zien als gebeurtenissen of situaties, waarbij de beschouwer wezenlijk deel uitmaakt van het proces – is een noodzakelijke voorwaarde om werkelijk over een beter leven te kunnen denken en praten. De taal en de metaforen waarin je de werkelijkheid omschrijft geven aan wat je als problemen kan definiëren en hoe je oplossingen kan construeren. Taal is niet neutraal. De strijd voor autonomie speelt zich af zowel op het terrein van het materiële leven, als op dat van de representatie.

Wanneer je wil nadenken over een beter leven, zijn complexiteit, taal, autonomie, controle en verzet niet los te denken van elkaar. Dat is het thema van rivieren & meren.

Rivières & lacs traite de la réflexion sur une meilleure vie. Une bonne vie pour soi-même et pour les autres, sans causer des dommages, que ce soit aux humains, aux animaux, plantes, air et terre, rivières et lacs. Une vie, visant à l’autonomie pour tous, à la capacité à être pour soi sa propre fin, à poursuivre ce que l’on désire être ou atteindre.

Poursuivre son autonomie signifie aussi s’opposer au contrôle indésirable imposé par d’autres. Aujourd’hui les gens sont soumis à une grande diversité de mécanismes de contrôle, dont l’état n’en est qu’un seul. Dans le riche Occident la technologie de contrôle la plus importante consiste en l’endoctrinement permanent d’une idéologie de liberté libérale, la liberté de compétition pour les meilleurs places sur le marché de pertes et profits. Le contrôle n’est pas concentré dans un centre de pouvoir, mais se présente dispersé et multiforme.

A l’opposé se trouve l’idée de liberté libertaire : la liberté d’être. La résistance et l’opposition se font alors plutôt moléculaires que monolithiques, plutôt plurielles et diffuses que massivement frontales. Face à l’exploitation et la répression par lesquelles une minorité se maintient au détriment d’une majorité assujettie,  une éthique communiste libertaire affirme la lutte de pouvoir – moins dans le but d’affaiblir les plus forts (bien que ce soit souvent inévitable) que de renforcer les faibles.

Pour une bonne part la façon dont on voit le monde est déterminée par le contexte matériel dans lequel on se trouve. Mais réfléchir sur un monde meilleur a aussi à faire avec une meilleure manière de regarder, de penser et de parler. La conscience de la complexité de la réalité sociale quotidienne – considérer les phénomènes en tant qu’événements ou situations dans lesquels l’observateur fait partie essentielle du procès – est une condition préalable à pouvoir vraiment réfléchir et communiquer sur une meilleure vie. Le langage et les métaphores que l’on emploie pour décrire la réalité déterminent ce que l’on peut définir comme problème et suggèrent comment on pourrait construire des solutions. La langue n’est pas neutre. La lutte pour l’autonomie se joue aussi bien sur le terrain de la vie matérielle que sur celui de la représentation.

Si l’on veut penser une meilleure vie, on ne peut dissocier complexité, langage, autonomie, contrôle et résistance. Voilà le thème de rivières & lacs.

Paralipse

(Nederlandse versie op http://durieux.eu/blog/paralipsis)

Ce dont je ne veux pas parler ici est la longue durée d’inactivité sur mes sites web. Sur durieux.eu la dernière contribution, le long essai hoe (een) intellectueel zijn? date déjà du 10 juin. Et sur rivieren & meren – rivières & lacs – rivers & lakes le dernier article a exactement trois mois, mais en fait Het kind en de zee zijn van zichzelf n’était rien de plus qu’une annonce à peine agrémentée d’un événement organisé par des tiers.

Peu importe comment on en est venu là. Je ne m’interroge pas sur le pourquoi. Demander le pourquoi est comme aller à la recherche d’une raison, et une raison implique une intention ou un objectif. Souvent les intentions et les objectifs ne sont point à découvrir ; ce que l’on peut détecter au contraire est comment les choses ou les situations sont devenues telles qu’elles se présentent aujourd’hui. Mais sur ce sujet, je ne veux pas m’étendre, c’est-à-dire sur l’impact des déménagements de l’année passée. Je ne gaspillerai pas de l’espace pour décrire toute l’énergie investie dans le ménage d’une archive de décennies, dans la recherche d’instances qui veulent reprendre les parties précieuses, dans la réduction nécessaire de ma bibliothèque jusque presque la moitié. Tôt ou tard, tout cela aurait dû arriver, et maintenant que je pouvais encore l’organiser moi-même, je pouvais ainsi éviter qu’un jour mes proches s’en débarrassent sans scrupules.

Cela n’a pas de sens non plus d’aborder la déprime causée par le déménagement des Ardennes belges, de la maison au petit parc où j’ai vécu avec plaisir pendant presque dix ans. Ni le fait que je venais de me retrouver en Flandre, la région que je voulais quitter il y a dix ans à cause du nationalisme, de la xénophobie et des tendances fascistoïdes dans la politique et les média – une autre circonstance qui ne contribuait pas à reprendre l’écriture avec beaucoup d’énergie. Dorénavant j’habite un bel et agréable appartement avec vue et au bord de l’eau, mais cela non plus, je veux l’aborder ici.

Il ne faut pas sous-estimer la situation de se trouver pendant plus d’un an dans un mode de déménagement. Et constater que tout ce qui se présentait il y a dix ans comme une menace politique est devenu entretemps la réalité dominante à l’endroit où tu vis, cela ne te rend pas vraiment joyeux non plus. Il m’a fallu donc quelque temps pour me convaincre que je devais reprendre le fil de mes sites, que cela pourrait avoir du sens d’écrire – de préférence régulièrement – si ce n’est parce qu’il pourrait y avoir des gens qui sont intéressées, du moins pour me stimuler moi-même à formuler mes idées et à les exprimer avec plus ou moins de cohérence.

Mais en réalité ce petit article-ci ne s’agit surtout pas de tout cela. Ce dont je voulais parler vraiment est de la paralipse. La paralipse est cette figure rhétorique qui consiste à dire que l’on ne va pas parler de tout ce que l’on va dire par après. « Je ne voudrais pas dire que tout cela soient des conneries, mais quand-même, si vous vous souvenez de … »

En fin de compte ce petit texte ne traite pas non plus de paralipse. Ce n’est qu’un exercice et une tentative à reprendre la routine de l’écriture.