Achteraf kan je vaststellen dat al ruim vijftig jaar geleden in de westerse staten voortekenen te zien waren van de huidige beheerscrisis in het kapitalistische model. In het begin van de jaren 1970 moesten dominante lagen van de samenleving vaststellen dat het klassieke antagonisme tussen arbeid en kapitaal niet meer volstond als verklaring voor de groeiende onbestuurbaarheid ervan. De hele maatschappij bleek op alle mogelijke niveaus doortrokken van een veelheid aan conflicten en tegenstellingen: niet alleen strijd om de werkvloer, maar ook om vrouwenrechten, om aanvaarding van sexuele diversiteit, nieuwe zelfbewuste antiracisme- en studentenbewegingen doken op, net als een groeiend ecologisch bewustzijn, de eis om erkenning van eigen jongerencultuur en alternatieve samenlevingsvormen, internationale solidariteit met de globale dekolonisatieprocessen en het verzet tegen fascistische dictaturen, … Het antwoord van de gevestigde orde bestond deels uit pure repressie, maar ook, zeker, uit (repressieve) tolerantie.
Een andere lezing is ook mogelijk. Die gaat ervan uit dat er in de afgelopen vijftig jaar een permanente klassenstrijd plaatsvond van de rijken tegen de armen, van kapitaal tegen arbeid. Die was en is het meest manifest in de Verenigde Staten, maar leidde ook in West-Europa tot een veelheid en gelaagdheid aan vormen van verzet. Wat je wel vanuit beide benaderingen te zien krijgt, is een strijd om de krachts- en machtsverhoudingen binnen de samenleving. Om zijn positie en winstgevendheid te behouden, moet kapitaal elk verzet integreren, breken of neerslaan, en verouderde strategieën vervangen door nieuwe, meer efficiënte varianten. Die zijn niet alleen meer gericht op de werkvloer, maar op de tijd en ruimte van het gehele leven: de post-fordistische en neoliberale samenleving, waarin de strijd zal gaan om het beheer van informatie en technologie.
In het begin van jaren 1960 al was dit een van de kernthema’s van Guy Debord en de Internationale situationniste: mensen wordt aangepraat dat zij zelf autonoom over hun tijd kunnen beschikken, terwijl in werkelijkheid de tijd/ruimte waarin zij zich bewegen tot in de kleinste details gecontroleerd wordt. Een kantelpunt in de bewustwording van die veranderende samenleving lag aan het eind van dat decennium in de wereldwijde protesten en omwentelingen, die voor wat West-Europa betreft, symbolisch worden uitgedrukt in het mythische mei 68. Over controle had Gilles Deleuze het later, in 1990, in zijn korte tekst Post-scriptum sur les sociétés de contrôle. Deleuze geeft aan dat aan het eind van de twintigste eeuw de disciplinaire samenlevingen – het concept dat Michel Foucault had ontwikkeld vanuit zijn geschiedenis van het gevangeniswezen, en dat de maatschappij indeelde in te disciplineren ruimte- en tijdseenheden – vervangen zijn/worden door controlesamenlevingen, die juist de open ruimte van het gehele leven in zijn totaliteit beheersen. “De disciplinaire samenlevingen, dat was reeds wat wij niet meer waren, wat wij ophielden te zijn.” Nu wordt zonder schroom gepraat over ‘surveillancekapitalisme’, de term die Shoshana Zuboff in 2019 lanceerde om de politieke en economische orde te beschrijven waarin alle mogelijke informatie over alles & iedereen wordt verzameld om die te ordenen en te combineren tot ondoorzichtige strategieën om gedrag te sturen.
In de strijd van kapitaal tegen arbeid, of van rijk tegen arm, of van de gevestigde orde tegen een verscheidenheid aan alternatieven speelt ook in de neoliberale samenleving het geweld van politie (en leger) een cruciale rol. Dat is niets nieuws. In het begin van de jaren 1980 was er al duidelijk een Europese tendens om protest met toenemend (militair) geweld neer te slaan. Ik denk aan een paar zaken die ik – toen nog als journalist – schreef: de groene amsterdammer 810211 (het chapeau ‘Antiterreurbestrijding op zijn Europees’ is voor rekening van de eindredactie), de groene amsterdammer 811007, kri 8110, kri 8309. Vandaag, in het najaar van 2026, roept Frans minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez de politie op om maximaal geweld in te zetten tegen mogelijke demonstraties, om zo duidelijk te maken wie de baas is op straat. Ook het ideetje van Belgisch minister van Oorlog Francken om een deel van de politie (weer) te militariseren past in deze gedachtegang.
Maar dat is alleen maar de meest zichtbare, meest fysiek verminkende, meest mediagenieke uitdrukking van het geweld om elk verzet tegen de herstructurering van het kapitalistische systeem te breken. Sluipenderwijs heeft zich immers een geschiedenis ontwikkeld van minder sociale zekerheid, van meer privatisering van gemeengoed, van meer onschendbaarheid voor uitbuiters en speculanten, van meer fiscale cadeaus voor de rijken en meer bestaansonzekerheid voor de minder bemiddelden, van minder democratie en rechtsbescherming, van bezuinigingen op onderwijs, cultuur, openbaar vervoer en andere openbare diensten … en niet te vergeten: van militarisering van de samenleving en het creëren van vluchtelingen en migranten als zondebokken waar het gepeupel zich kan op uitleven. De ijzeren vuist en de fluwelen handschoen: het blijft geweld en het doel blijft hetzelfde.

Ik ben niet zo’n structuralist dat ik zou ontkennen dat mensen in staat zijn min of meer te kiezen hoe zij vorm willen geven aan hun leven – maar de omstandigheden waarin zij dat willen proberen, die hebben zij natuurlijk niet zelf gekozen. Je kan je vragen stellen bij de tactische en strategische zin van plunderingen en vandalisme, en bij de keuze van de slachtoffers ervan. Maar tegen het fysieke geweld van de knokploegen van het kapitaal maakt verzet gebruik van de middelen en methoden die in de gegeven omstandigheden voorhanden zijn en die misschien vooral iets zeggen over de context waarin die methoden de enige zinvolle opties lijken. Jarenlange sluipende discriminatie, onderdrukking, verpaupering en precarisering moesten ooit tot een uitbarsting leiden. Dat is blijkbaar wat er nu in Europa plaatsvindt.
Ik heb makkelijk praten natuurlijk. Ik ben geen scholier of student, en ook geen donker getinte jongere uit een buitenwijk die, als ik beter onderwijs wil of het behoud van openbare dienstverlening, of protesteer tegen de volkerenmoord in Palestina, tegen de muur geplakt wordt, gefouilleerd en gekleineerd, in elkaar geramd, getraangast, gepeppersprayed, getaserd, de ogen uit de kop geschoten of een hand afgerukt door een granaat, afgevuurd door types die er plezier in vinden zich in het ‘geweldsmonopolie van de staat’ ongestraft te kunnen uitleven. Dat is natuurlijk ook de vraag: als mensen binnen bepaalde condities in staat zijn vorm te geven aan hun leven, wat zegt dat dan over het volk dat ervoor kiest zijn leven vorm te geven door – gelegitimeerd, dat wel – anderen te kleineren en te verminken?
Er wordt nu wel overal door politici en overheidsgetrouwe media verwezen naar ‘extreem links’ als ‘aanstoker van de rellen’. (Enkele weken geleden zag ik toevallig op de VRT hoe dat manneke van De zevende dag probeerde Raoul Hedebouw van PvdA/PTB te koppelen aan ‘antifa’ en ‘extreem links’ en hem de schuld voor geweld tijdens een betoging in de schoenen te schuiven.) Maar misschien is dat juist het fiasco van ‘links’: dat men er (voorlopig) niet in slaagt de woede en de energie die die oplevert doelgerichter te organiseren.
Dit weekend gingen toch weer op talrijke plaatsen in Europa honderdduizenden de straat op om te manifesteren tegen het politiegeweld, de levensduurte, de uitbuiting van de woningnood, het gebrek aan onderwijsvoorzieningen, de oorlogsvoorbereidingen en de afbraak van de sociale zekerheid. In verschillende Franse steden, van Lyon tot Marseille, van Toulouse tot Nantes, en in Paris natuurlijk, zouden er, afhankelijk van de bron, 400.000 tot 800.000 mensen gedemonstreerd hebben. Ondanks de mobilisatie van 70.000 gendarmes en flikken kwam het nergens tot ‘rellen’ of ‘ongeregeldheden’. En in Italiaanse steden, van Napoli over Roma tot Milano, kwamen ondanks intimidaties van de politie tienduizenden (onder wie ook burgemeesters, bisschoppen, politieke partijen en vakbonden) op straat om te protesteren tegen het beleid van de neofascistische regering-Meloni. ‘Una nuova generazione si riprende le strade’ kopt il manifesto vandaag. “Overal, in alle grote steden, zijn meisjes en jongens teruggekomen om de ruimte op te eisen die hen toekomt: de openbare ruimte die geen enkele regering hen kan ontzeggen.”
Ontdek meer van rivieren & meren - rivières & lacs - rivers & lakes
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.